Tjoesmai

Tjoesmai en Hetty

Op 8 oktober1942 kruipt ergens in Soerabaja een vogeltje uit zijn ei en valt niet veel later op de grond. Het is een koetilang. Hetty verzorgt het beestje. Ze geeft hem water, broodkruimels en fijngekauwde rijstkorrels tot hij groot en sterk genoeg is om zelf eten te zoeken. De twee zijn onafscheidelijk. Tjoesmai helpt Hetty de verschrikkingen van het Jappenkamp te doorstaan en vergezelt haar op de lange boottocht naar Nederland. Daar blijft hij haar huisgenoot, tot hij in 1958 op hoge leeftijd overlijdt. Het doodskistje waarin hij ligt, staat nog steeds op Hetty’s kamer.

Koetilangs

Tjoesmai was een koetilang, om precies te zijn een koetilang buulbuul, ook wel roetkopbuulbuul, pycnotus aurigaster of geelbroekje genoemd. Ze komen vooral voor in Zuidoost-Azië. Het is een zangvogeltje dat in Indonesië vaak als huisdier gehouden wordt. De vogeltjes zijn ongeveer 20 cm lang. De kop is roetzwart en de vleugels en staart zijn grijsbruin, maar het meest kenmerkende element is het gele broekje.
In Nederland worden soms ook koetilangs gesignaleerd. Het gaat dan zeer waarschijnlijk om ontsnapte exemplaren.

"Ik dicht vogels een verstand toe. Er gaat zoveel meer van dieren uit dan men denkt. Ik gun iedereen een sprankje Tjoesmai."

Hetty Schoorel